Letselschadevergoeding bij echtscheiding: van wie is de vergoeding?

24 August 2026
Letselschadevergoeding bij echtscheiding: van wie is de vergoeding?

Letselschadevergoeding bij echtscheiding: van wie is de vergoeding?

Een letselschadevergoeding is bedoeld om de schade van een benadeelde te vergoeden. Maar wat gebeurt er als iemand tijdens het huwelijk een letselschadevergoeding ontvangt en daarna gaat scheiden? Kan de ex-partner dan aanspraak maken op (een deel van) die vergoeding?

Een recente uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden laat zien dat die vraag niet zomaar kan worden beantwoord. In deze zaak was de definitieve letselschadevergoeding van de man nog niet vastgesteld. Toch maakte zijn ex-vrouw al aanspraak op een aanzienlijk bedrag. Zij vond namelijk dat de letselschadevergoeding in het gemeenschappelijke vermogen viel.

De man had vanwege PTSS een letselschadevergoeding gevraagd van zijn (voormalige) werkgever. Tijdens het huwelijk had hij al een voorschot van € 30.000 ontvangen. Dat bedrag hadden partijen samen volledig gebruikt. De definitieve schadevergoeding moest echter nog worden vastgesteld. Ook was nog niet duidelijk welke schade precies zou worden vergoed. De man vond dat de letselschadevergoeding juist níét in het gemeenschappelijke vermogen viel, omdat deze alleen aan hem was ‘verknocht’: de vergoeding was immers bedoeld voor zijn schade.

Het hof wees erop dat nog niet duidelijk was hoe de letselschadevergoeding moest worden gezien. Het noemde verschillende mogelijkheden. De vergoeding zou bijvoorbeeld kunnen zien op gederfd inkomen, hulp in de huishouding, gemaakte kosten of immateriële schade. Ook was nog niet duidelijk welk deel van de schade betrekking had op de periode waarin partijen nog getrouwd waren en welk deel op de periode daarna.

De vrouw wilde niet wachten tot daar duidelijkheid over bestond. Zij vroeg het hof onder meer om € 96.844 van de man te ontvangen als vergoeding voor mantelzorg. Het lijkt erop dat dit zag op mantelzorg die zij aan haar man had verleend als gevolg van het letsel en waarvoor de man een vordering had ingediend bij (de verzekeraar van) zijn werkgever. Daarnaast vroeg zij, als dat niet zou worden toegewezen, om de helft van de nog vast te stellen letselschadevergoeding. Als laatste mogelijkheid vroeg zij om de helft van een toekomstige letselschadevergoeding.

Eerst kijken naar de huwelijkse voorwaarden

Partijen waren in 2014 onder huwelijkse voorwaarden getrouwd. Zij hadden afgesproken dat er tijdens hun huwelijk geen gemeenschap van goederen zou bestaan. Bij de echtscheiding hadden zij echter afgesproken hun vermogen met elkaar te verrekenen alsof zij in wettelijke gemeenschap van goederen waren getrouwd.

De man stelde dat de letselschadevergoeding persoonlijk aan hem toebehoorde en daarom niet met zijn vrouw hoefde te worden verrekend. Hij deed een beroep op de ‘verknochtheid’ van de vergoeding. Kort gezegd betekent dit dat een bepaald goed of bedrag zo sterk verbonden is met één van de echtgenoten dat het niet of niet volledig in de verdeling tussen hen hoeft te worden betrokken.

Volgens het hof kon daar echter niet zomaar van worden uitgegaan.

Eerst moest worden gekeken naar wat partijen precies met hun huwelijkse voorwaarden hadden afgesproken. Zij hadden afgesproken te verrekenen alsof er een wettelijke gemeenschap van goederen was. Maar daarmee stond volgens het hof nog niet vast dat zij ook de wettelijke regels over verknochtheid hadden willen laten gelden.

Dat was dus eerst een kwestie van uitleg van de huwelijkse voorwaarden. Pas daarna kon worden bekeken of bepaalde onderdelen van de letselschadevergoeding zo persoonlijk van aard waren dat ze buiten de verrekening zouden blijven.

De definitieve letselschadevergoeding was nog niet bekend

Het hof kwam uiteindelijk nog niet toe aan de vraag of de letselschadevergoeding in dit geval aan de man verknocht was. De reden daarvoor was dat de definitieve letselschadevergoeding nog niet was vastgesteld. Daardoor was ook niet bekend waaruit die vergoeding precies zou bestaan.

Dat was belangrijk, omdat een letselschadevergoeding uit verschillende onderdelen kan bestaan. Een vergoeding voor immateriële schade is bijvoorbeeld iets anders dan een vergoeding voor verlies van inkomen of de kosten van huishoudelijke hulp. Ook kan het verschil maken of het verlies van inkomen betrekking heeft op de periode waarin partijen nog getrouwd waren of op de periode daarna.

Zolang niet duidelijk was welke schade zou worden vergoed, kon het hof dus ook niet beoordelen welk deel van de vergoeding eventueel persoonlijk aan de man zou toekomen en welk deel bij de afwikkeling van het huwelijk moest worden betrokken.

Het hof wees het verzoek van de vrouw daarom af. Dat betekende niet dat het hof had beslist dat de letselschadevergoeding volledig van de man was. Het hof kon dat op dat moment simpelweg nog niet beoordelen.

Dus: geen automatische aanspraak op de letselschadevergoeding

De uitspraak betekent dan ook niet dat een letselschadevergoeding bij een echtscheiding altijd volledig bij degene blijft die het letsel heeft opgelopen.

Uit de uitspraak volgt juist dat eerst moet worden gekeken naar de afspraken die partijen in hun huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt. Daarna moet worden vastgesteld waarop de letselschadevergoeding precies betrekking heeft. Pas dan kan worden beoordeeld of de vergoeding, of een deel daarvan, bij de afrekening tussen de echtgenoten moet worden meegenomen.

Dat maakt deze zaak ook interessant voor de letselschadepraktijk. Een letselschadevergoeding kan immers verschillende soorten schade vergoeden. Het kan voor een latere discussie bij een echtscheiding veel verschil maken of een bedrag bijvoorbeeld bedoeld is voor immateriële schade, verlies van inkomen of kosten die tijdens het huwelijk zijn gemaakt.

Eerst weten wat er wordt vergoed

In deze zaak was die informatie er nog niet. De man had wel een voorschot van € 30.000 ontvangen, maar de definitieve vergoeding moest nog worden vastgesteld. Het hof kon daarom niet bepalen of de vrouw recht had op een deel van die vergoeding.

De man had toegezegd dat hij de vrouw zou informeren zodra duidelijk was hoeveel hij zou ontvangen en waarvoor de vergoeding zou worden betaald. Volgens het hof was hij daartoe op grond van de huwelijkse voorwaarden ook verplicht. De man had zich daarnaast bereid verklaard om op dat moment met de vrouw in overleg te gaan over de vraag of haar nog een bedrag toekwam dat betrekking had op de periode waarin zij nog getrouwd waren.

Dit laat zien waarom het belangrijk kan zijn om bij de afwikkeling van een letselschadezaak goed vast te leggen waarop de vergoeding precies betrekking heeft. Niet alleen voor de letselschadezaak zelf, maar mogelijk ook voor een latere echtscheiding.

Wat betekent dit voor de praktijk?

Bij een letselschadevergoeding die tijdens een huwelijk wordt ontvangen, kan het verstandig zijn om zo concreet mogelijk vast te leggen welke schade wordt vergoed, op welke periode die schade betrekking heeft, welk bedrag voor iedere schadepost wordt betaald en wanneer een bedrag als voorschot is betaald en waarop dat voorschot betrekking heeft.

Daarnaast kan het verstandig zijn om in huwelijkse voorwaarden afspraken te maken over de invloed die een al lopende of toekomstige letselschadezaak heeft op de vermogensrechtelijke verhouding tussen de echtgenoten.

Zo kan later beter worden vastgesteld welk deel van de vergoeding eventueel een rol speelt bij de financiële afwikkeling van het huwelijk.

De uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden laat in ieder geval zien dat een letselschadevergoeding bij een echtscheiding niet simpelweg kan worden afgedaan met de vraag: “Van wie is het geld?” Eerst moet worden gekeken naar de huwelijkse voorwaarden. Daarna naar de aard van de vergoeding. Pas dan kan worden beoordeeld of de ex-partner aanspraak kan maken op (een deel van) de vergoeding.

Klik hier voor de volledige uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 juli 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:4641.

Vragen?

Heeft u vragen of zoekt u een advocaat die is gespecialiseerd in  aansprakelijkheidsrecht, letselschade en verzekeringsrecht? Neem vrijblijvend contact op. Schaderecht Advocatuur is een advocatenkantoor gespecialiseerd in aansprakelijkheid, letselschade en verzekeringsrecht.

Schaderecht Advocatuur | info@schaderecht.nl | 085 800 8080 |  Jansbuitensingel 7, 6811 AA Arnhem

Gerelateerde blogs

12 April 2021
Bereddingsplicht in het verzekeringsrecht  (artikel 7:957 BW)
Afbeelding van storm bij blog over bereddingsplicht en verzekeringsrecht
Lees deze blog
27 April 2022
Vervangingskosten verzekerd als bereddingskosten? (artikel 7:957 BW)
afbeelding van een verzekeringspolis bij blog over verzekeringsrecht
Lees deze blog
29 January 2021
Vergoeding van verlies zelfwerkzaamheid door letsel (klussen in en om het huis)
Afbeelding van een patiënt bij blog over schadevergoeding voor verlies zelfwerkzaamheid bij letselschade
Lees deze blog