Hoge Raad: Staat blijft aansprakelijk voor Chroom-6 schade

De Hoge Raad heeft op 3 december 2021 uitspraak gedaan in de zogenoemde ‘chroom-6’-zaak. De vragen die centraal stonden waren of de Nederlandse Staat aansprakelijk is voor de ontstane schade als gevolg van blootstelling aan chroom-6 én of de Staat door uitkeringen te verstrekken op grond van een collectieve regeling de aansprakelijkheid voor de ziektes als gevolg van blootstelling aan chroom-6 had erkend.

Feiten

Medewerkers van defensie die onderhoudswerkzaamheden verrichtten in de periode 1984 tot en met 2006 op de speciale opslagplaatsen van Amerikaans militair materieel in Nederland (‘POMS-sites’) zijn blootgesteld aan de gevaarlijke stof chroom-6. De onderhoudswerkzaamheden bestonden onder andere uit het verven van voertuigen. De verf die gebruikt werd was chroomhoudend. Onbeschermde blootstelling aan de chroomhoudende verf kan gezondheidsrisico’s opleveren. De Staat heeft hier onderzoek naar laten verrichten en een uitkeringsregeling in het leven geroepen voor medewerkers die zijn blootgesteld aan chroom-6.

Een aantal oud-medewerkers van defensie hebben een vordering ingesteld tegen de Staat voor vergoeding van hun schade op basis van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). De Staat zou hebben nagelaten om de medewerkers voor te lichten en in te lichten over de blootstelling aan chroom-6 en heeft nagelaten om maatregelen te treffen die de blootstelling zou hebben voorkomen, terwijl de Staat bekend was met het gevaar.

Overwegingen van het hof

Het hof heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd. In dat vonnis had de rechtbank geoordeeld dat de medewerkers niet-ontvankelijk zouden zijn in hun vorderingen. Het hof komt tot het oordeel dat de Staat jegens deze oud-medewerkers aansprakelijk is voor geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade.

Op grond van een RIVM-rapport is vast komen te staan dat de oud-medewerkers tijdens de uitoefening van hun werkzaamheden op de POMS-sites zijn blootgesteld aan chroom-6. Zij vallen in de functiegroep die te maken hebben gehad met directe blootstelling aan chroom-6. Daarnaast staat vast, op grond van het RIVM-rapport, dat de oud-medewerkers een ziekte hebben die kan zijn veroorzaakt door de blootstelling aan chroom-6. Dit acht het hof voldoende om het causaal verband vast te stellen. De aansprakelijkheid van de Staat kan dus worden aangenomen, aldus het hof.

Op grond van de medische informatie heeft de Staat een uitkering verstrekt. De Staat heeft de aandoening van de oud-medewerkers als zodanig erkend. Tijdens de onderhandelingen zal de omvang van de schade per individu moeten worden vastgesteld en zal per schadepost het causaal verband moeten worden beoordeeld.

Beslissing Hoge Raad

De Staat is het niet eens met het oordeel van het hof. Volgens de Staat heeft het hof ten onrechte geoordeeld dat met de toekenning van uitkeringen aan oud-medewerkers op grond van de uitkeringsregeling de Staat zijn aansprakelijkheid jegens die medewerkers zou hebben erkend en dat daarmee  zou zijn voldaan aan het vereiste causaal verband.

De Hoge raad is het hier niet mee eens. De Hoge Raad overweegt dat het oordeel van het hof op de overwegingen berust dat op basis van het RIVM-rapport vaststaat dat de medewerkers tijdens het werk zijn blootgesteld aan chroom-6, dat zij een functie hadden waarbij zij direct zijn blootgesteld aan chroom-6, dat zij een ziekte hebben die kan zijn veroorzaakt door de blootstelling aan chroom-6 en dat er daarom is voldaan aan het vereiste causaal verband.

Het oordeel van het hof berust volgens de Hoge Raad dus niet op de aanname dat de Staat zijn aansprakelijkheid heeft erkend met de toekenning van uitkeringen op grond van de uitkeringsregeling. Het beroep van de Staat wordt dus verworpen en het oordeel van het hof blijft in stand.

Conclusie

De Staat is dus in geval van deze oud-medewerkers aansprakelijk voor de geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade ten gevolge van de blootstelling aan de gevaarlijke stof chroom-6 tijdens hun werkzaamheden bij de POMS-sites van defensie.

Niet omdat de Staat uitkeringen heeft verstrekt, maar omdat er voldaan is aan de wettelijke vereisten van het aansprakelijkheidsrecht, aangezien de Staat een zorgplicht heeft geschonden en omdat de schade het gevolg is daarvan.

Per individu zal uiteindelijk bepaald moeten worden wat de precieze schade is die de Staat moet vergoeden.

Klik hier voor de volledige uitspraak van de Hoge Raad van 3 december 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1806).

Vragen?

Heeft u vragen of zoekt u een advocaat die is gespecialiseerd in het aansprakelijkheidsrecht? Neem vrijblijvend contact op.

Salva Schaderecht is een advocatenkantoor  gespecialiseerd in aansprakelijkheid, letselschade en verzekeringsrecht.

Salva Schaderecht | info@salvaschaderecht.nl | 085 800 8080 | Jansbuitensingel 7, 6811 AA Arnhem

voorkant gebouw hoge raad
Menu