Nieuwe aanpak langlopende letselschadezaken

Soms duurt het lang voordat een letselschade is afgewikkeld. Over talloze onderwerpen binnen een letselschadezaak kan discussie bestaan. Zelfs als de aansprakelijkheid vast staat, kan er over de omvang van de schade, het causaal verband en eventuele eigen schuld van het slachtoffer jaren worden gediscussieerd en geprocedeerd.

Waarom duren letselschadezaken zo lang?

Dat komt door verschillende factoren, waaronder het feit dat er bij de afwikkeling van een complexe letselschadezaak veel partijen zijn betrokken. Al die partijen behandelen meerdere zaken  en moeten regelmatig op elkaar wachten. De belangenbehartiger van het slachtoffer  wacht op informatie van de medisch behandelaren van het slachtoffer. Vervolgens kan hij aan de slag en informeert hij de aansprakelijkheidsverzekeraar, die vraagt vervolgens een advies van de medisch adviseur waarop moet worden gewacht etc. etc.

Als er medische expertises nodig zijn of als er tussendoor over een discussiepunt moet worden geprocedeerd ontstaat er al helemaal veel vertraging.  Deze omstandigheden bij elkaar leiden ertoe dat de wat complexere letselschadezaken soms wel 10 jaar of nog langer duren.

Dat is natuurlijk zeer onwenselijk voor het slachtoffer, ook al worden er tussendoor voorschotten betaald.  Het slachtoffer verkeert immers toch lange tijd in onzekerheid en hij leeft met de last en de druk van de lopende letselschadezaak.

De laatste jaren is er veel om te doen hierover. Ook de tweede kamer heeft er aandacht aan besteed.

Nieuwe aanpak letselschade door verzekeraars

Vanuit het Verbond van Verzekeraars is er nu ook een initiatief om de aanpak van langlopende letselschadezaken te verbeteren. Het Verbond van Verzekeraars doet dat  aan de hand van een beleidsnotitie die zij heeft gepubliceerd op haar website (klik hier).

Eén van de middelen om langlopende letselschadezaken beter aan te pakken is het zorgen voor frequenter contact met het slachtoffer, het behandelen van letselschadezaken door meer dan één behandelaar en het vaker gebruik maken van onafhankelijke bemiddelaars.

Lees de volledige beleidsnotitie

De volledige beleidsnotitie leest u hieronder:

“Plan van aanpak langlopende letselschades

Het plan van aanpak voor langlopende zaken richt zich op transparantie bij de
letselschadebehandeling waarbij de mogelijkheid op afwikkeling centraal staat. Dit gebeurt via
een interne toetsing van de zaak met meerdere ogen, een verplicht driegesprek bij 5 jaar
wanneer de zaak nog niet geregeld kan worden, een goede afstemming van de interne evaluatie
met benadeelde/belangenbehartiger en indien nodig een bemiddelingsinterventie.

Het plan sluit aan bij de verplichtingen vanuit de GBL, BR15 en de Aanbevelingen
Geschiloplossing. In de praktijk is nog winst te behalen bij meer transparantie en betere
afstemming om tot een afwikkeling te kunnen komen. Verzekeraars kunnen hierbij nog meer de
regie pakken. Nieuw is de ‘verplichting’ om in schades die na 5 jaar nog lopen een driegesprek
te organiseren.

Uit de diepteanalyse GBL 2016 volgt dat 91 % van de zaken binnen 2 jaar is afgewikkeld.
In het plan van aanpak wordt op basis van de diepteanalyse GBL 2016 een onderscheid
gemaakt tussen drie categorieën langlopende zaken.

1. Zaken die om een gegronde reden na 2 jaar nog lopen (3,3% van het totaal aantal
letselschades).

Dit betreft onder andere schades van minderjarigen, schades waarbij nog geen sprake is van een
medische eindtoestand.

Actie:

Jaarlijks afstemmen met betrokkene, met vastlegging daarvan, of het terecht is dat de zaak
nog loopt (tenzij anders afgesproken). Dit kan bijvoorbeeld via een bezoek, een driegesprek
(verzekeraar, belangenbehartiger, benadeelde) via een telefonisch overleg, of via een
informatiebrief.

2. Zaken met een persoonlijke schade van minder dan € 10.000 (2,6%)
Onder de persoonlijke schade wordt verstaan de ingeschatte materiële én de immateriële schade van
benadeelde inclusief de buitengerechtelijke kosten. Voertuigschade en schade van regresnemers
vallen hier niet onder.

Acties:

  • Bij de 2-jaarsevaluatie de focus leggen op afwikkeling (oog voor kosten-baten analyse).
  • Het uitgangspunt bij de evaluatie moet zijn ‘afwikkelen, tenzij’.
  • Indien een eindregeling dan niet passend wordt geacht, leg dat gemotiveerd vast en
    stem dit af met betrokkene. Voer deze evaluatie vervolgens jaarlijks uit (tenzij anders
    is afgesproken).
  • Besteed hierbij ook extra aandacht aan de verhouding bevoorschotting versus de
    reserve, de bevoorschotting op het smartengeld (erkenning geven) en de mogelijkheid
    tot afwikkeling van vaststaande schadecomponenten.

3. Zaken met een belang van meer dan € 10.000 (3,1%)

Acties aanvullend op de huidige evaluaties:

  • In zaken die langer lopen dan 5 jaar wordt intern met meerdere disciplines de
    mogelijkheid tot een regelingsvoorstel beoordeeld. Indien het doen van een
    regelingsvoorstel niet passend wordt geacht, dient dit gemotiveerd te worden
    vastgelegd. Wanneer in het overleg wordt geconcludeerd dat de zaak naar ieders
    tevredenheid verloopt, dan wordt daarvan een bevestiging gevraagd bij het slachtoffer.
  • Als versnelling mogelijk is en een eindregelingsvoorstel kan worden aangeboden, dan
    wordt deze gepresenteerd aan de belangenbehartiger en indien er geen
    belangenbehartiger is ingeschakeld, aan benadeelde.
  • Wanneer versnelling mogelijk is maar de zaak nog niet kan worden afgewikkeld, doet
    de verzekeraar een voortgangsvoorstel. Het voortgangsvoorstel wordt met de
    belangenbehartiger afgestemd en de vervolgens op verzoek van de verzekeraar via
    een driegesprek met het slachtoffer besproken.
  • Indien er geen eindregeling, of geen overeenstemming over de oplossingsrichting wordt
    bereikt en er dus een geschil blijft bestaan, wordt eerst via een minnelijk overleg
    getracht tot een oplossing te komen. Tot en met deze actie is de verzekeraar zelf nog
    steeds aan zet.
  • Als een minnelijk overleg niet slaagt, dan wordt overwogen en besproken met de
    belangenbehartiger de zaak voor te leggen aan een onafhankelijke bemiddelaar of
    mediator. De verzekeraar zal, als hij hier zelf niet in wenst mee te gaan, dit gemotiveerd
    dienen vast te leggen.

Start en monitoring

Aan verzekeraars wordt gevraagd vanaf 1 juni 2020 te werken conform dit plan van aanpak.
De acties voor zaken met een belang van > 10K kunnen gefaseerd worden geïmplementeerd
door te starten met de zaken die vanaf 1 juni 2020 de 5-jaarstermijn overschrijden.

Voor de externe bemiddeling is het voorstel hierbij eerst de focus te leggen op zaken ouder dan
10 jaar. Voor deze zaken geldt het stappenplan, inclusief beoordeling externe bemiddeling via
mediation, externe bemiddeling of een bindend advies.

Wat wordt er mee bereikt

  • Het op korte termijn zetten van een eerste stap, vooruitlopend op de gewenste situatie voor
    de langere termijn.
  • Meer transparantie en gestructureerde aanpak vanuit iedere verzekeraar voor de
    benadeelde bij de behandeling van langlopende zaken.
  • Betrokkenheid en verbinding maken met benadeelde.
  • Extra aandacht voor geschillenbeslechting.
  • Betere naleving van aspecten uit de GBL en BR15 die van belang zijn bij langlopende zaken.
  • Geen vrijblijvendheid door het opzetten van een 0-meting.”
logo verbond verzekeraars bij artikel over verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen
Menu