Op 25 november 2025 heeft het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch een belangrijke uitspraak gedaan in een procedure tussen een verzekerde en Stichting Achmea Rechtsbijstand. In deze zaak staat een kernvraag centraal die al jaren voor discussie zorgt: vanaf welk moment heeft een verzekerde recht op vrije advocaatkeuze bij een rechtsbijstandverzekering?
Het hof heeft besloten prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad, waarmee de uitkomst van deze zaak mogelijk grote gevolgen zal hebben voor de praktijk van rechtsbijstandverzekeraars én voor verzekerden.
De verzekerde had in een arbeidsconflict een eigen advocaat ingeschakeld en vorderde vergoeding van de gemaakte kosten onder haar rechtsbijstandverzekering. De verzekeraar weigerde betaling, onder meer omdat:
volgens de polisvoorwaarden eerst toestemming nodig was;
de verzekeraar zelf wilde beoordelen of sprake was van een redelijke kans van slagen;
volgens de verzekeraar nog geen sprake was van een “gerechtelijke procedure”.
De kern van het geschil is daarmee niet alleen contractueel, maar raakt rechtstreeks aan Europees recht, met name artikel 201 lid 1 onder a van de Solvency II-richtlijn (Richtlijn 2009/138/EG) en de Nederlandse implementatie daarvan in de Wft.
Opvallend is dat zowel de Nederlandse orde van advocaten (NOvA) als DAS Rechtsbijstand probeerden zich in deze procedure te mengen.
Het hof wees deze verzoeken af:
NOvA mocht niet tussenkomen omdat zij geen eigen vordering instelde, wat een vereiste is voor tussenkomst.
DAS had volgens het hof onvoldoende belang: mogelijke nadelige gevolgen door precedentwerking zijn juridisch niet genoeg voor voeging of tussenkomst.
Beide partijen kunnen hun visie wel kenbaar maken via de wettelijke route van artikel 393 lid 2 Rv, maar niet als procespartij.
Het hof acht beantwoording door de Hoge Raad noodzakelijk en heeft drie fundamentele vragen geformuleerd, waaronder:
Wat is een ‘gerechtelijke procedure’?
Beperkt dit begrip zich tot dagvaardings- en verzoekschriftprocedures, of valt ook een daaraan voorafgaande fase hieronder?
Ontstaat het recht op vrije advocaatkeuze al vóórdat een procedure wordt gestart?
Bijvoorbeeld bij juridisch advies, onderhandelingen of voorbereiding?
Mag een rechtsbijstandverzekeraar exclusief bepalen
of een zaak voldoende kans van slagen heeft, en
of de verzekerde wordt “afgekocht” in plaats van bijgestaan?
Het hof benadrukt dat deze vragen niet beperkt kunnen worden tot arbeidsrechtelijke verzoekschriftprocedures. Ook loonvorderingen (die vaak via dagvaarding lopen) en gemengde trajecten vallen onder het bereik van de vragen.
Deze uitspraak is van groot belang voor iedereen die te maken heeft met een rechtsbijstandverzekering:
Voor verzekerden: mogelijk ontstaat meer ruimte om al in een vroeg stadium zelf een advocaat te kiezen, zonder eerst afhankelijk te zijn van de verzekeraar en zonder dat er al een procedure in een rechtbank moet worden ingesteld.
Voor advocaten: meer duidelijkheid over wanneer kosten voor buitengerechtelijke werkzaamheden onder dekking kunnen vallen.
Voor verzekeraars: het naturamodel en de regie over de zaakbehandeling staan mogelijk onder druk.
De Hoge Raad zal zich hierover uitlaten. Tot die tijd heeft het hof de procedure aangehouden.
Deze zaak onderstreept opnieuw dat het recht op vrije advocaatkeuze geen formaliteit, maar een wezenlijk onderdeel is van effectieve rechtsbescherming. De antwoorden van de Hoge Raad kunnen het speelveld structureel veranderen.
Klik hier voor de volledige uitspraak van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 25 november 2025 (ECLI:NL:GHSHE:2025:3361).
Heeft u vragen of zoekt u een advocaat die is gespecialiseerd in aansprakelijkheidsrecht, letselschade en verzekeringsrecht? Neem vrijblijvend contact op. Schaderecht Advocatuur is een advocatenkantoor gespecialiseerd in aansprakelijkheid, letselschade en verzekeringsrecht.
Schaderecht Advocatuur | info@schaderecht.nl | 085 800 8080 | Jansbuitensingel 7, 6811 AA Arnhem