Wie is de bestuurder van een auto? De Hoge Raad zet een hulplijn in

Doordat een inzittende aan de handrem trekt, loopt degene die achter het stuur zit ernstig letsel op. Zijn schade wordt echter niet vergoed door de autoverzekering. Schade van de ‘bestuurder’ zelf is immers uitgesloten. Maar als een inzittende aan de handrem trekt, is diegene die achter het stuur zit dan nog wel de bestuurder? Dat is de vraag in deze ‘handremzaak’, die nu ter beoordeling bij de Hoge Raad ligt. De Hoge Raad is voornemens om het Europese hof van Justitie om hulp te vragen. Het is een belangrijke vraag die kennelijk niet zo gemakkelijk is te beantwoorden.

Inzittende trekt aan handrem

Het gaat om het volgende. Drie teamgenoten en de trainer van een voetbalelftal onderweg zijn naar een feest, trekt de trainer als inzittende op enig moment aan de handrem. Op dat moment bevindt de auto zich op een N-weg met een snelheid van circa 70 km/uur. Als gevolg van deze plotselinge handeling van de trainer heeft er een ernstig ongeval plaatsgevonden, waardoor een teamgenoot een dag later aan zijn verwondingen is overleden. Daarnaast heeft de persoon achter het stuur ernstig hersenletsel opgelopen en is hij sindsdien arbeidsongeschikt. Om verwarring te voorkomen noemen wij hem hier ‘het slachtoffer’.

Door het ongeval heeft het slachtoffer veel schade opgelopen en hij doet een beroep op zijn WAM-verzekering. De WAM-verzekering, in de volksmond ook wel ‘wa-verzekering’ genoemd, is de verplichte aansprakelijkheidsverzekering voor auto’s en andere motorrijtuigen. Die verzekering dekt de aansprakelijkheid van de bestuurder voor schade die hij met de auto veroorzaakt aan anderen. De bestuurder kan ook zelf gewond raken door zijn toedoen, maar die schade is uitgesloten van dekking onder de WAM-verzekering, want men is nou eenmaal niet aansprakelijk voor eigen schade.

Uitsluiting dekking bestuurder in WAM-verzekering

Op het recht op vergoeding onder de WAM bestaat dus de uitsluiting van dekking van het letsel van de bestuurder zelf. Zo luidt artikel 4 lid 1 WAM als volgt:

De verzekering behoeft niet te dekken de aansprakelijkheid voor schade toegebracht aan de bestuurder van het motorrijtuig dat het ongeval veroorzaakt.

Het bovenstaande betekent dat de schade van de veroorzakende bestuurder van het ongeval niet door de aansprakelijkheidsverzekeraar hoeft te worden gedekt.

Maar als bestuurder gewond raakt doordat iemand anders in de auto aan de handrem trekt waardoor een ongeval is ontstaan, is de bestuurder dan nog wel de bestuurder? Daarover gaat deze zaak.

Oordeel gerechtshof

Het gerechtshof oordeelde van wel. De uitsluiting is dus volgens het gerechtshof van toepassing en de bestuurder blijft aan te merken als bestuurder, waardoor zijn schade niet gedekt wordt door de verzekeraar. Het slachtoffer is het niet eens met de uitspraak en is vervolgens in cassatie gegaan bij de Hoge Raad. Hierna volgde de conclusie van de Advocaat-Generaal waarover wij eerder een blog schreven. De Advocaat-Generaal was het kort gezegd eens met het slachtoffer.

Klik hier voor een samenvatting van het advies van de A-G: Inzittende trekt aan handrem, wie is dan de bestuurder? – Salva Schaderecht

Vervolgens was het de vraag of de Hoge Raad die conclusie zou volgen. De Hoge Raad heeft uitspraak gedaan, maar weet nog niet wat hij zal gaan oordelen. Eerst wordt de kwestie door de Hoge Raad zelf voorgelegd aan het Europese Hof van Justitie. De Hoge Raad roept dus de hulp in van Europese rechters.

De Hoge Raad

Het slachtoffer heeft in cassatie betoogt dat het oordeel van het hof onjuist is. Hij onderbouwt dit met het standpunt dat hij niet langer als bestuurder kon worden aangemerkt nadat de trainer aan de handrem heeft getrokken en hij daardoor niet meer in staat was om de auto zelf nog feitelijk te besturen. Het slachtoffer stelt in het middel dat het begrip ‘’bestuurder’’ in de zin van artikel 4 lid 1 WAM breder moet worden uitgelegd dan alleen als diegene die achter het stuur zit.

De Hoge Raad heeft eerst de definitie van het begrip ‘’bestuurder’’ en de uitzondering daarvan beoordeeld. De Hoge Raad wijst daarbij op het volgende.

In artikel 4 lid 1 van de WAM (Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen) heeft de Nederlandse wetgever gebruik gemaakt van een uitzondering die is toegestaan volgens de Europese regelgeving, specifiek artikel 1 van de Derde WAM-richtlijn (nu artikel 12 lid 1 van de gecodificeerde Richtlijn 2009/103). Deze regelgeving stelt dat de verplichte verzekering de aansprakelijkheid moet dekken voor schade van alle inzittenden van een voertuig, met uitzondering van de bestuurder. De reden hiervoor, zoals uitgelegd in de toelichting bij de Derde WAM-richtlijn, is om ervoor te zorgen dat inzittenden in alle lidstaten goed beschermd zijn. Deze groep wordt als bijzonder kwetsbaar gezien, en het doel is om ervoor te zorgen dat zij niet onverzekerd zijn als er een ongeluk gebeurt.

Voorts heeft het HvJEU in verschillende uitspraken het belang van de bescherming van inzittenden benadrukt. Zo heeft zij erop gewezen dat artikel 3 Richtlijn 84/5/EEG (hierna: Tweede WAM-Richtlijn) ter waarborging dient dat alle inzittenden die het slachtoffer zijn van een door een voertuig veroorzaakt ongeval, op grond van de verplichte motorrijtuigenverzekering schadeloosstelling voor de door hen opgelopen schade kunnen krijgen, en dat deze bepaling effectief dient te zijn. Daarom verzet het HvJEU zich tegen nationale regels die inzittenden hun recht op schadevergoeding ontzeggen of sterk beperken, alleen omdat ze deels zelf hebben bijgedragen aan de schade. Volgens het HvJEU mag zo’n beperking alleen in uitzonderlijke gevallen en na een individuele beoordeling worden toegepast.

Tot slot heeft het HvJEU in haar rechtspraak uitdrukkelijk vermeld dat art. 1 derde WAM-richtlijn (thans art. 12 lid 1 gecodificeerde Richtlijn 2009/103) uitsluitend een onderscheid maakt tussen de bestuurder en de andere inzittenden.

In deze zaak gaat het erom hoe deze uitzondering op de algemene regel van bescherming van inzittenden moet worden geïnterpreteerd. De vraag is of artikel 12 lid 1 zo moet worden uitgelegd dat de verplichte verzekering ook de schade dekt van een bestuurder als een inzittende ingrijpt in de besturing van het voertuig en er daardoor een ongeval gebeurt. Als deze vraag bevestigend wordt beantwoord, moet verder worden bekeken of er uit het Unierecht bepaalde eisen voortkomen die de nationale rechter moet volgen bij de beoordeling of een bestuurder, onder de gegeven omstandigheden, zijn status als bestuurder heeft verloren en in aanmerking komt voor de inzittendenbescherming volgens de algemene regel.

Gelet op het bovenstaande is de uitleg van de uitzondering die ten aanzien van de bestuurder mag worden gemaakt, niet buiten redelijke twijfel uit het Unierecht af te leiden en ziet de Hoge Raad aanleiding om prejudiciële vragen te stellen aan het HvJEU.

Prejudiciele vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

De Hoge Raad is voornemens de volgende vragen aan het HvJEU te stellen:

  1. Dient art. 12 lid 1 gecodificeerde Richtlijn 2009/103 zo te worden uitgelegd dat de verplichte verzekering aansprakelijkheid moet dekken voor de schade van de (aanvankelijke) bestuurder in een geval waarin een inzittende ingrijpt in de besturing van het motorrijtuig en zich door dat ingrijpen een ongeval voordoet?
  2. Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord, vloeien uit het Unierecht dan bepaalde eisen voort die de nationale rechter in acht moet nemen bij de vaststelling of een bestuurder als bedoeld in art. 12 lid 1 gecodificeerde Richtlijn 2009/103 de hoedanigheid van bestuurder in de omstandigheden van het geval heeft verloren en in aanmerking komt voor de inzittendenbescherming volgens de algemene regel?

Conclusie

De Hoge raad zal partijen eerst nog in de gelegenheid stellen zich uit te laten over zijn voornemen prejudiciele vragen om prejudiciele vragen te stellen aan het HvJEU. Het is dus nog wachten op de uiteindelijke ontknoping van deze zaak.

De volledige uitspraak van de Hoge Raad is hier te lezen: ECLI:NL:HR:2024:726, Hoge Raad, 23/00813 (rechtspraak.nl)

Vragen?

Heeft u vragen of zoekt u een advocaat die is gespecialiseerd in aansprakelijkheidsrecht en letselschade? Neem vrijblijvend contact op.

Salva Schaderecht is een advocatenkantoor gespecialiseerd in aansprakelijkheidletselschade en verzekeringsrecht.

Salva Schaderecht | info@salvaschaderecht.nl | 085 800 8080 | Jansbuitensingel 7, 6811 AA Arnhem

 

advocaat in toga die bef om doet
Menu