6:174 BW: Wegbeheerder aansprakelijk voor schade aan woning

Een gebrekkige weg is de oorzaak van scheurvorming in een woning gelegen aan die weg. De gebrekkige weg was niet bestand tegen het vrachtverkeer dat gebruik maakte van die weg waardoor opstallen naast die weg beschadigd zijn geraakt. Strekt de norm van artikel 6:174 BW in dat geval ook tot het voorkomen van schade aan zaken van derden veroorzaakt door de toestand van de weg? Voldeed de weg aan de daaraan te stellen eisen? En heeft de wegbeheerder wel tijdige en adequate maatregelen getroffen? Het hof oordeelde dat de norm van artikel 6:174 BW niet alleen strekt ter bescherming en de veiligheid van de weggebruikers, maar dat ook zaakschade van niet-weggebruikers veroorzaakt door de toestand van de weg onder het bereik van dit artikel valt.

Feiten

Bewoner heeft een vrijstaand huis gelegen aan een geasfalteerde openbare weg. De straat is een ontsluitingsweg tussen twee plaatsen en ligt grotendeels op een dijk. De gemeente is wegbeheerder van de straat waaraan de woning is gelegen.

Er geldt een vrachtwagenverbod voor de hele ontsluitingsweg met uitzondering van bestemmingsverkeer. De bewoner heeft naar aanleiding van een artikel over grondtransport de hoop uitgesproken naar de gemeente dat het transport niet over de weg voor het huis plaats zou vinden en een alternatieve route voorgesteld. Vervolgens heeft toch het grondtransport over de straat voor het huis plaatsgevonden.

De bewoner heeft hier vervolgens melding van gemaakt en heeft daarbij schade aan de woning genoemd. De gemeente heeft daarop een bouwkundige opname van de woning laten maken.

Twee jaar later vindt opnieuw grondtransport over de dijk plaats. Weer is melding gedaan van overlast en schade aan de woning. De bewoner heeft een jaar later de gemeente aansprakelijk gesteld voor de schade die door de grondtransporten is ontstaan. De gemeente heeft deze aansprakelijkheidstelling afgewezen.

Procedure in eerste aanleg

In eerste aanleg vorderde de bewoner een verklaring voor recht dat de gemeente op grond van artikel 6:174 BW en/of artikel 16 Wegenwet en/of artikel 6:162 BW aansprakelijk is voor de door de bewoner geleden schade en nog te lijden schade. En de gemeente te veroordelen tot betaling van een voorschot op de schadevergoeding ter hoogte van €50.000,00. Zij stelt dat de gemeente als overheidslichaam en wegbeheerder de zorgplicht om de weg zodanig te onderhouden dat deze geen gevaar voor personen of zaken oplevert. De weg voldoet niet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, waarmee sprake is van een gebrekkige opstal. Dat de weg gebreken vertoont wordt bevestigd door het rapport van Fugro en het draagkrachtonderzoek uitgevoerd door KOAC. Dat de weg slecht onderhouden is wordt bovendien bevestigd door de rapportages van het expertisebureau. De bewoner heeft aangevoerd dat uit het rapport van Megaborn en KOAC blijkt dat meer dan 10% van het verkeer dat over de dijk rijdt vrachtverkeer is. De rechtbank heeft de vordering van de bewoner om voor recht te verklaren dat de gemeente aansprakelijk is voor de door de bewoner geleden en te lijden schade toegewezen en de gemeente veroordeeld tot vergoeding van die schade en tot betaling van een voorschot van €50.000,00.

Aansprakelijkheid wegbeheerder voor zaakschade

Het hof oordeelt in hoger beroep dat op de wegbeheerder de plicht rust ervoor te zorgen dat de toestand van de weg de veiligheid van personen en zaken niet in gevaar brengt. In artikel 6:174 lid 1 en 2 BW wordt dit als een risicoaansprakelijkheid verwoord. De vraag of de weg voldoet aan de eisen die daaraan in de gegeven omstandigheden mogen worden gesteld, moet naar objectieve maatstaven worden beoordeeld.

Onjuiste maatstaaf gehanteerd door de rechtbank

De gemeente betoogt dat de rechtbank niet de juiste maatstaf heeft gehanteerd bij de beoordeling van de aansprakelijkheid van de gemeente als wegbeheerder. Het hof volgt de gemeente niet voor zover zij beoogt te betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de in acht te nemen maatstaven bij het bepalen van de aansprakelijkheid van de wegbeheerder op grond van artikel 6:174 BW en artikel 6:162 BW niet of nauwelijks verschillen. Evenmin volgt het hof de beperkte uitleg van de gemeente van artikel 6:174 BW. Zowel uit de tekst als uit de strekking van de bepaling blijkt niet dat de aansprakelijkheid van artikel 6:174 BW slechts strekt ter bescherming van de veiligheid van weggebruikers en de zaken waarmee zij zich over de weg begeven en dat het ontstaan van zaakschade bij niet-weggebruikers niet onder het bereik van deze bepaling valt.

Gebrek bij toestand en/of gebruik van de weg?

Het hof oordeelt dat tussen partijen niet in geschil is dat in de woning van de bewoner scheurvorming is opgetreden. Tussen partijen is in geschil of de scheurvorming is ontstaan als gevolg van gebreken in de toestand van de weg in beheer bij de gemeente.

6:174 BW: Risicoaansprakelijkheid

Het hof acht het voldoende aannemelijk dat op basis van de rapporten van experts de schade ter plaatse is mede wordt veroorzaakt door het gebruik van de weg door verkeer. Een van de experts constateert dat sprake is van meerdere schadeoorzaken, maar sluit niet uit dat de schade aan de woning ook toe te schrijven is aan verkeerspassages. Dit laat echter onverlet dat de toestand van de weg ook een oorzaak is die tot de geleden schade heeft geleid.  Die oorzaak kan de gemeente toegerekend worden, zodat daarmee de aansprakelijkheid van de gemeente vaststaat. Het hof oordeelt dat het vast staat dat de weg gebrekkig is en een gevaar voor zaken oplevert, welk gevaar zich hier heeft verwezenlijkt.

6:162 BW: Zorgplicht

De gemeente heeft door het niet treffen van tijdige en adequate maatregelen ter voorkoming van de schade gehandeld in strijd met haar zorgplicht als wegbeheerder.

Causaal verband

Het hof oordeelt dat de gemeente onvoldoende onderbouwd heeft betwist dat de schade in het geheel niet zou zijn ontstaan door de gebrekkige toestand van de weg. Bovendien rijmt de betwisting van de gemeente niet met de bevindingen van de deskundigen. Ook kijkend naar het vereiste causaal verband tussen de geleden schade en de geschonden norm is de gemeente aansprakelijk voor de schade aan de woning.

Voorschot en omvang schade

De gemeente voert in hoger beroep bovendien aan dat het vonnis innerlijk tegenstrijdig is en dat het betaalde voorschot bij eindvonnis niet samengaat met de verwijzing naar de schadestaatprocedure. Het hof oordeelt dat op basis van de beschikbare gegevens over de omvang van de schade voor zover die toe te rekenen is aan de gemeente niet zonder meer kan worden aangenomen dat die in elk geval €50.000,00 bedraagt. Hiermee is er geen grond om vooruit te lopen op de schadebegroting in de schadestaatprocedure.

Het hof vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover de gemeente is veroordeeld tot betaling aan de bewoner van een bedrag van €50.000,00 als voorschot op de totale schade en veroordeelt de bewoner tot terugbetaling hiervan. Het hof bekrachtigt het overige vonnis.

Klik hier voor de hele uitspraak

Vragen?

Heeft u vragen of zoekt u een advocaat die is gespecialiseerd in aansprakelijkheid? Neem vrijblijvend contact op.

Salva Schaderecht is een advocatenkantoor  gespecialiseerd in aansprakelijkheidletselschade en verzekeringsrecht.

Salva Schaderecht | info@salvaschaderecht.nl | 085 800 8080 | Jansbuitensingel 7, 6811 AA Arnhem

grachtenpanden
Menu